Toelichting
Eigenschappen
| Label (nl) | Toelichting |
|---|---|
| Toelichting (nl) | Hangt onder: Hoofdstuk 3 Materialen 3.1 Beton 3.1.2 Sterkte (1)P De druksterkte van beton is aangeduid met betonsterkteklassen die zijn gerelateerd aan de karakteristieke (5 %) cilindersterkte fck of de kubussterkte fck,cube, in overeenstemming met EN 206-1. (2)P De sterkteklassen in deze norm zijn gebaseerd op de karakteristieke cilindersterkte fck, bepaald op 28 dagen met een maximumwaarde van Cmax. OPMERKING De waarde van Cmax voor gebruik in een land kan worden gevonden in de nationale bijlage. De aanbevolen waarde is C90/105. (3) De karakteristieke sterkten fck en de corresponderende mechanische eigenschappen, nodig voor het ontwerp en de berekening, zijn gegeven in tabel 3.1. (4) In bepaalde situaties (bijvoorbeeld voorspanning) kan het van belang zijn om de druksterkte van beton vóór of na 28 dagen vast te stellen op basis van proefstukken die zijn bewaard onder andere omstandigheden dan voorgeschreven in EN 12390.
Als de betonsterkte is bepaald op een ouderdom t > 28 dagen, behoren de waarden ácc en áct gedefinieerd in 3.1.6 (1)P en 3.1.6 (2)P, te zijn verminderd met een factor kt. OPMERKING De waarde van kt voor gebruik in een land kan worden gevonden in de nationale bijlage. De aanbevolen waarde is 0,85. (5) Het kan vereist zijn de druksterkte fck(t) van beton te specificeren op een tijdstip t voor een aantal fasen (ontkisting, overdracht van voorspanning), waarbij fck(t) = fcm(t) - 8 (MPa) voor 3 < t < 28 dagen fck(t) = fck voor t ≥ 28 dagen. Exactere waarden behoren te zijn gebaseerd op proeven, met name voor t ??? 3 dagen. (6) De druksterkte van beton op een ouderdom t hangt af van het type cement, de temperatuur en de nabehandelingsomstandigheden. Voor een gemiddelde temperatuur van 20 °C en nabehandeling in overeenstemming met EN 12390 mag de druksterkte van beton bij verschillende ouderdommen fcm(t) zijn geschat met de vergelijkingen (3.1) en (3.2). fcm(t) = βcc(t) fcm (3.1) waarin: fcm(t) is de gemiddelde druksterkte van beton op een ouderdom van t dagen; fcm is de gemiddelde druksterkte op 28 dagen volgens tabel 3.1; βcc(t) is een coëfficiënt die afhangt van de ouderdom t van het beton; t is de ouderdom van het beton in dagen; s is een coëfficiënt die afhangt van de soort cement: = 0,20 voor cement van de sterkteklassen CEM 42,5 R, CEM 52,5 N en CEM 52,5 R (klasse R); = 0,25 voor cement van de sterkteklassen CEM 32,5 R, CEM 42,5 N (klasse N); = 0,38 voor cement van de sterkteklassen CEM 32,5 N (klasse S). OPMERKING exp{ } heeft dezelfde betekenis als e ( ). Indien het beton niet voldoet aan de specificatie voor de druksterkte op 28 dagen zijn de vergelijkingen (3.1) en (3.2) niet geschikt voor gebruik. Deze bepaling behoort niet achteraf te zijn gebruikt om een onvoldoende referentiesterkte te rechtvaardigen bij een latere toename van de sterkte. Voor situaties waarbij warmtebehandeling is toegepast op het element zie 10.3.1.1 (3). (7)P De treksterkte verwijst naar de hoogste spanning bereikt onder concentrische trekbelasting. Voor de buigtreksterkte behoort te zijn gebruikgmaakt van 3.1.8 (1). (8) Indien de treksterkte is bepaald als de splijttreksterkte fct,sp, mag een benaderende waarde van de axiale treksterkte fct als volgt zijn bepaald: fct = 0,9 fct,sp (3.3)
(9) De ontwikkeling van de treksterkte in de tijd wordt sterk beïnvloed door de nabehandelings- en droogomstandigheden en door de afmetingen van de constructie-elementen. Als een eerste benadering mag zijn aangenomen dat de treksterkte fctm(t) gelijk is aan: fctm(t) = (âcc(t))á⋅ fctm (3.4) waarbij âcc(t) volgt uit vergelijking (3.2) en á = 1 voor t < 28; á = 2/3 voor t ≥ 28. De waarden van fctm zijn gegeven in tabel 3.1. OPMERKING Als de ontwikkeling van de treksterkte in de tijd belangrijk is, wordt aanbevolen om proeven uit te voeren rekening houdend met de milieuklasse en de afmetingen van het constructieve element.
ROK: 3.1.2 Eis Indien een hogere betonsterkteklasse negatieve effecten kan hebben, moet rekening worden gehouden met een betonsterkte die twee klassen hoger ligt dan de gevraagde (ontwerp)sterkteklasse. Indien de afwijking tussen de gevraagde en geleverde sterkteklasse groter is, moet dit schriftelijk door de betonleverancier aan de afnemer worden gemeld.
Toelichting: Negatieve effecten van een hogere betonsterkte kunnen bijvoorbeeld optreden bij de berekening van het minimum wapeningspercentage bij onderdelen belast op buiging, het minimaal benodigde wapeningspercentage bij de begrenzing van scheurwijdtes bij doorgaande scheurvorming, vergrote kans op scheurvorming als gevolg van meer warmte-ontwikkeling bij de ve rharding, grotere (trek)spanningen bij verhinderde vervormingen door een hogere E-modulus, vergrote kans op afspatten bij brand, etc.
NEN1992-1-1 Op[merking uit 4.2 OPMERKING De samenstelling van het beton beïnvloedt zowel de bescherming van de wapening als de weerstand van het beton tegen aantasting. Bijlage E geeft indicatieve sterkteklassen voor de specifieke milieuklassen. Dit kan leiden tot de keuze van hogere sterkteklassen dan vereist voor het constructief ontwerp. In zulke gevallen behoort de waarde van fctm bij de berekening van de minimumwapening en beheersing van de scheurwijdte in overeenstemming te zijn met de hogere sterkte (zie 7.3.2 - 7.3.4).
Voorstel aanpassing van de tekst in overeenstemming met bovenstaande opmerking. Het gaat om rekenwaarde van de sterkte die tijdens het ontwerp meegenomen moet worden. Spatgedrag kan ergens anders opgepakt worden, is hier niet relevant voor de berekening.
Voorstel voor de tekst. Indien een hogere betonsterkteklasse negatieve effecten kan hebben, moet rekening worden gehouden met deze hogere sterkte. Dit geldt minimaal voor de berekening van de minimum wapening en beheersing van de scheurwijdte.
Als de in rekening te brengen hogere sterkte vooraf niet gespecificeerd is door middel van een maximale betonsterkteklasse, dient een betonsterkteklasse die twee klassen hoger ligt dan de gevraagde (ontwerp)sterkteklasse in rekening gebracht te worden.
Indien (bij levering) de afwijking tussen de gevraagde en geleverde sterkteklasse groter is, moet dit schriftelijk door de betonleverancier aan de afnemer worden gemeld.
Toelichting: Bij de levering van beton kan bijvoorbeeld door de gespecificeerde milieuklasse of door de in rekening gebrachte statische spreiding een mengsel geleverd worden met een aanzienlijk hogere betondruksterkte dan vereist voor het constructieve ontwerp. Dit kan negatieve effecten op de constructie hebben. Dit is bijvoorbeeld relevant voor: de minimum wapeningsverhouding van elementen belast op buiging; de minimaal benodigde wapeningsverhouding bij de begrenzing van scheurwijdtes bij doorgaande scheurvorming; en grotere (trek)spanningen bij verhinderde vervormingen door een hogere E-modulus. Naast het in rekeningbrengen van de effecten, blijft het belangrijk om deze hoger betonsterkte te beheersen vanwege negatieve bijeffecten zoals de vergrote kans op scheurvorming ten gevolge van meer warmte-ontwikkeling bij de verharding, vergrote kans op afspatten bij brand, etc. |
Relaties
| Vertrekpunt | Relatie | Eindpunten |
|---|---|---|
| Toelichting | Breder |
|
Afgeleide relaties
| Vertrekpunt | Relatie | Eindpunt |
|---|
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 10 jun 2021 om 11:40.